Drie vragen aan… Jan Willem Nelleke

Drie vragen aan toetsenist en arrangeur Jan Willem Nelleke. Hij vertelt meer over onze ‘Cecilia’, het digitale klavecimbel waar hij vaak op speelt in onze concerten.

1 Op wat voor instrument speel je bij Domestica?
Ik bespeel de toetsen bij Domestica, Dat is dan in de praktijk een elektronisch keyboard speciaal voor oude muziek: de Roland C-30, maar we hebben haar Cecilia gedoopt (naar de beschermheilige van musici). Dit instrument heeft niets te maken met die keyboards waar honderden geluidjes en hele ritmesecties in zitten. Het is echt een gespecialiseerd, professioneel instrument, bedoeld om zo goed mogelijk een klavecimbel en een kistorgel te kunnen vervangen. Daarnaast maak ik af en toe uitstapjes naar de fantastische orgels die in de Laurenskerk aanwezig zijn.
2 Waarom is gekozen voor dit instrument?
We zijn het experiment met een elektronisch instrument aangegaan omdat het lastig bleef om goede klavecimbels te vinden. We waren voornamelijk afhankelijk van leeninstrumenten om kosten te besparen. Maar de kwaliteit was niet geweldig en we waren veel tijd kwijt met stemmen. De C-30 beviel boven verwachting goed: niet alleen was het stemprobleem opgelost, maar de geluidskwaliteit bleek uitstekend. Ik wil niet zeggen dat het beter is dan een mooi en groot akoestisch klavecimbel, maar het is beslist beter dan de instrumenten waar wij over konden beschikken.

3 Zitten er functies op het instrument die je nog nooit gebruikt hebt?

 

 

Het instrument heeft veel mogelijkheden, er zit een Frans- en Vlaams klavecimbel in, elk met 2 achtvoeten (normaal), een viervoet (octaaf hoger) en luitstop (gedempd). Met een pedaal kun je de afwisseling van 2 manualen simuleren. Er zit ook een mooi kistorgel-geluid in. Deze geluiden gebruik ik constant.
Er zitten nog wel andere, minder gangbare geluiden in. Zoals een celesta (klokkenspel) dat ik af en toe in mijn eigen arrangementen voor Domestica gebruik; met name de combinatie van celesta en kistorgel tegelijk geeft voor mij een echt middeleeuws kleurtje.
Er zit nog een groter orgelgeluid op en een fortepiano-klank, maar die vind ik niet zo mooi dus die gebruik ik niet. En er zit een hybride functie op, waarbij een klavecimbel-klank klinkt maar met de aanslaggevoeligheid van een piano, een klavecimbel met dynamiek dus – ik vind dat stilistisch zo’n waanidee dat ik dat gewoon niet wíl gebruiken.
Een interessante optie is ook dat je met één druk op de knop de stemming kunt veranderen; er zitten verscheidene historische stemmingen in. Ik vind dat zelf erg leuk om mee te experimenteren maar helaas klagen de strijkers al gauw als ik dat doe, want ik verstoor natuurlijk hun referentiekader. Ach, in mijn solo’s gebruik ik het vaak stiekem toch, dan heeft er niemand last van.