Clara

Eigenlijk is het een ideaal begin van onze serie VROUWEN: zonder twijfel behoort Clara Schumann tot de meest succesvolle en invloedrijke vrouwen uit de muziekwereld van de afgelopen eeuwen en bovendien had zij een bijzondere band met Rotterdam. Als we dan ook nog deze dagen haar 200ste geboortedag mogen vieren, laten we dat dan met een concert doen. Een concert met composities van haar, van haar man Robert Schumann en van die andere man die een speciale plaats in haar hart had, Johannes Brahms. En natuurlijk met een tekst.

We concentreren ons daarbij op de laatste maanden van het echtpaar Schumann, de tijd dat ze nog gelukkig getrouwd zijn. Als Robert in februari 1854 met een sprong in de Rijn een zelfmoordpoging doet betekent dat niet het eind van zijn leven maar eigenlijk wel van zijn huwelijk. Robert leeft nog ruim twee jaar in een psychiatrische kliniek in Endenich, maar zijn vrouw zal hij daar niet meer zien. Zij verschijnt pas in de laatste dagen voor zijn dood. Hij krijgt wel bezoek van Brahms, de jonge zeer talentvolle componist, die ze in de herfst van 1853 hadden leren kennen. Robert zag in hem de hoop voor de toekomst, Clara kon zijn steun goed gebruiken toen zij alleen achterbleef.

Zij was die zomer, na lange tijd, weer begonnen met componeren maar in andere opzichten zat het tegen. Ze hadden problemen met hun gezondheid en Schumanns positie als muziekdirekteur van het orkest in Düsseldorf stond ter discussie. Een concertreis naar Nederland in december zorgde voor een welkome afwisseling en waarschijnlijk het grootste gezamenlijke artistieke succes uit hun leven. Met name in Rotterdam, waar Robert zijn Derde symfonie dirigeerde en Clara zijn Pianoconcert speelde, was sprake van een overweldigende triomf die beiden nooit zouden vergeten. Clara is nog vaker terug geweest om concerten te geven maar Robert kon daar niet meer bij zijn.

Over de directe aanleiding van Roberts wanhoopsdaad, de reactie van Clara en de positie van Brahms zijn nog veel onopgeloste vragen. Ook wij zullen geen antwoorden geven maar we kunnen er wel een beeld schetsen aan de hand van fragmenten uit brieven, dagboeken en natuurlijk de muziek, die ze voor elkaar schreven. Zelfs het deel van Brahms’ Derde pianokwartet dat we spelen, gepubliceerd in 1875, stamt uit deze tijd. Hij toont zich hierin als de hopeloos verliefde jongeling die hij vergeleek met Goethes tragische held Werther. In hoeverre zijn liefde door Clara beantwoord werd is minder zeker. Muzikaal domineert Robert het programma, hij was tenslotte de grote componist, maar van Clara klinkt prachtige muziek voor pianosolo, een lied en een vioolromance. Samen met de tekst vormt het een eerbetoon aan deze bijzondere vrouw.