Monique Krüs over Soeraki


Monique Krüs

Tijdens de repetitieperiode voor de eerste voorstelling van Soeraki, tijdens het Gergiev Festival 2011, stelden wij componiste Monique Krüs een paar vragen over de muziek die ze voor ons geschreven had.

Voor degenen die de komende tijd de voorstelling gaan zien, zetten we haar reactie op onze site:

“Bij het lezen van de tekst van een nieuw stuk heb ik vaak meteen een idee, niet altijd het beste, maar vaak wel. En als ik het eenmaal gelezen heb, begin ik aan het gedeelte wat me op dat moment het meeste aanspreekt en ga dan kriskras door het stuk.Uiteindelijk blijkt er toch een duidelijke lijn in te zitten.

Voor ieder stuk maak ik in principe nieuwe muziek.Omdat elk verhaal, een andere inhoud, een andere lading heeft.Bovendien houd ik er niet van om mezelf te herhalen, liever ga ik op zoek naar iets nieuws.Want daar gaat het voor mij om, telkens een zoektocht langs onbetreden paden.

Bij het samenstellen van het ensemble voor Soeraki kreeg ik de beschikking over zeven musici, waarbij in elk geval harp en slagwerk aanwezig zouden zijn. Dat maakte me nieuwsgierig omdat ik nog niet vaak voor harp geschreven heb. En in zo’n klein ensemble heb je eigenlijk te maken met zeven solisten.Soeraki gaat over de zee en daar past een harp natuurlijk perfect bij. De eerste noten van het stuk zijn dan ook voor haar.Dan heb je nog vijf instrumenten over en na wat puzzelen kwam ik uit op klarinet, fagot (die samen een mooi duo vormen) viool en cello (dito), en de trombone, een bij uitstek geschikt instrument in een kindervoorstelling omdat je er lekker veel gekke geluiden mee kunt maken.Wim Steinmann, de dirigent, drukte mij op het hart de muziek niet te makkelijk speelbaar te maken. Het zijn hele goede muzikanten en die wil je wel wat te doen geven. Ik hoop dat ik daarin geslaagd ben.Wat niet wil zeggen dat het ingewikkeld is om naar te luisteren!Het is een stuk voor kinderen, maar de muziek is niet kinderachtig. Ik schrijf heel veel voor kinderen (o.a. Hoelahoep, Zappelin) maar probeer er toch steeds een verrassing in te verwerken, een instrument wat niet zo gebruikelijk is, een net even ander ritme.Ook jonge kinderen kun je echt wel wat minder ‘makkelijke’ muziek voorschotelen, ze staan er vaak juist heel open voor.

Het leuke van Domestica Rotterdam is, dat iedereen gewend is om niet alleen prachtig te spelen, maar ook z’n fantasie te gebruiken. Dan heeft een opmerking als ‘speel dit alsof je heel boos bent’ of ‘nu gaan we naar de bodem van de zee’ meteen een goed effect.

Ik componeer voor allerlei soorten ensembles en de meest uiteenlopende stijlen.Heb bijvoorbeeld net voor het tv-programma HoelaHoep tien liedjes (voornl. popmuziek) voor kleuters gemaakt, vorig jaar een cantate van 25 minuten voor symfonisch blaasorkest, binnenkort een werk voor fluit en piano voor Eleonore Pameijer en een opera voor de Vrede van Utrecht. Al maak ik iets voor klein ensemble, ik heb toch vaak een groot symfonieorkest in mijn oor. Dat komt misschien ook omdat ik veel opera gezongen heb en ontzettend houd van de klank van een orkest met veel strijkers.”