Blog


Bezoek aan Wenen

Eigenlijk moet je zo’n verhaal meteen maken, na afloop van de concerten, maar er kwamen wat dingen tussen. Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen.

Net als vorig jaar was de laatste aflevering van Lof&Lust het drukst bezocht.
En net als vorig jaar vormde de muziek van Vivaldi de hoofdmoot van het programma.
Nu nog meer zelfs, want de componist werd sprekend opgevoerd, in de persoon van Ferdi Janssen, die een verontwaardigde, want vals (?) beschuldigde, amechtige componist neerzette.
Vivaldi is een componist van (over)bekende muziek, die als mens nogal op de achtergrond is gebleven. Net als heel veel van zijn muziek overigens. Zijn opera’s bijvoorbeeld worden pas de laatste jaren op waarde geschat.
Maar de tekst van David Prins bracht ook aardige bijzonderheden over zijn leven naar voren, zoals de ruzie met Benedetto Marcello, die hem met een pamflet over Aldaviva belachelijk probeerde te maken. teatro

En het trieste levenseinde in Wenen, waar zijn lichaam in een anoniem graf  zou verteren.
Twee weken later, met het orkest op tournee, spotten we een gedenksteen aan een gevel van de Karlsplatz in Wenen, op de plek waar Vivaldi zijn laatste adem uitblies.

Vivaldi

 

En er waren meer redenen voor Domestica om in Wenen te zijn.

We konden ons alvast inleven in de serie voor komend jaar, waar de Duitse kunst onder de loep wordt genomen. Albrecht Dürer zal, in navolging van Michelangelo, de serie openen. Dat er weer een naaktmodel getekend gaat worden lijkt niet waarschijnlijk, hoewel Dürer niet ontbrak op een geruchtmakende tentoonstelling in het Leopold Museum, onder de titel Nackte Männer. Maar het was voor ons het Kunsthistorisches Museum, waar een groot aantal van zijn meesterwerken wordt getoond, met in dit geval speciale aandacht voor Maria met kind en peer, geschilderd in 1512, vijfhonderd jaar geleden.
Het zien van de kunstwerken leidt niet meteen tot de invulling van het programma, maar zulk direct contact zorgt zeker voor een belangrijke dosis inspiratie.

DurerBehalve de vooruitblik naar volgend seizoen volgde in Wenen ook een terugblik op vier seizoenen Lof&Lust. Op de laatste avond  hadden we een kort concert in de residentie van onze ambassadeur. Namens het Philharmonisch Orkest speelden we daar voor hem en zijn gasten een programma samengesteld uit repertoire dat we de afgelopen jaren in de Laurenskerk speelden, zoals Biber, Gesualdo, Scarlatti en Hellendaal. We hadden het aangevuld met een Divertimento van Mozart en als toegift een walsje van Strauss. Niet Johann, maar Richard, want het was Richard Strauss die de kapitale villa aan de rand van het Belvedere had laten bouwen. En de familie is nog steeds eigenaar van het pand. We mochten een blik werpen in de kamers die nog waren ingericht met de meubels van de componist. Tijdens de toegift bleek een van de deuren op onverklaarbare wijze te zijn opengegaan, dus ik ga ervan uit dat Richard nog ergens op zolder rondwaart. Ik hoop dat hij tevreden was! Voor de gastheer hebben we nog een cd-box met Der Rosenkavalier (Edo de Waart, RPhO) achtergelaten en wij keerden, na een voortreffelijke maaltijd en leuke gesprekken, ieder met een roos van een gelijknamige bloemenwinkel richting hotel.

Op het moment dat ik dit schrijf zitten we al weer bijna in Japan. Geen optredens van Domestica maar wel ruim de tijd op luchthavens en in restaurants om plannen en programma’s te ontwikkelen.

Maestro Antonio

Vivaldi - l'estro armonico

We hebben al veel van Vivaldi gespeeld, maar de man heeft een enorm oeuvre dat nog lang niet verveelt.
L’Estro Armonico, zijn opus 3 dat in 1711 in Amsterdam werd uitgegeven was in zijn tijd al een tophit, waar ook Bach rijkelijk uit heeft geput. Drie van het dozijn concerten hebben we vorig jaar gedaan, dit keer voegen het dubbelconcert in d klein toe. Eigenlijk is het een tripelconcert, want Vivaldi noemt ook de cello als solo-instrument, maar het zijn toch vooral de twee violen die de meeste aandacht opeisen, met een prachtige aria voor de eerste in het middendeel.

Een curiositeit, die we pas ontdekten bij het voorbereiden van deze serie is het Vioolconcert in A groot, ‘per eco in lontano’. Tegenover de solist en het orkestje wordt ‘in de verte’ een echo-groep geplaatst. Daar is de Laurenskerk ideaal voor, hoewel we de afstand zullen beperken tot wat haalbaar is. Maar het is een mooi effect in een, alweer, te zelden gespeeld werk.

Maar behalve vioolconcerten heeft Vivaldi ook een enorme hoeveelheid vocale muziek geschreven, voor het operatheater en de kerk. Hij was niet alleen een virtuoos violist en groot componist, maar ook succesvol impressario en priester. Een veelzijdig man.
In het vorige concert klonk al een cantate met fluitsolo. Dit keer klinkt het eerste recitatief en aria uit ‘Lungi dal vago volto’ , voor sopraan, vioolsolo en basso continuo. En ook hier weer laat hij de zangeres en instrumentalist elkaar imiteren en inspireren. Het gaat natuurlijk weer over een ongelukkige liefde, jonge herderinnetjes en zingende vogels.
En het Salve Regina is een traditionele religieuze tekst, een maria antifoon, waarin de Heilige Maagd wordt aangeroepen. Ook hier weet Vivaldi op een prachtige manier gebruik te maken van de combinatie sopraan-viool.

Een nieuwe plek

Nadat we over het middenpaneel van onze Trittico veel enthousiaste reacties hebben gekregen, zijn we inmiddels met veel energie aan de laatste begonnen.

Het gebruik van de twee eilanden, de muziek van Landini, de bruisende talenten van de jonge solisten, het zat weer vol verrassingen. Een nog te beantwoorden vraag was de herkomst van de ooggetuigenverslagen. Het is een kroniek die in 1370 geschreven is door Baldassare Bonaiuti, ookwel genoemd Marchionne di Coppo Stefani. De pest, met al haar weerzinwekkende en beangstigende details is daarin zeer beeldend beschreven.

Opera Trionfo

Bij de priesters en pruiken van Vivaldi komen we in een hele andere wereld, en zo’n 350 jaar later. De jonge talenten worden nu gevolgd door mensen met ervaring, sopraan Gonnie van Heugten en acteur Ferdie Janssen.

Gonnie kennen we nog uit een operaproductie, die we een aantal jaren geleden met haar hebben gedaan. Donizetti, ook Italiaans. En met Ferdi hebben we veel jeugdvoorstellingen gedaan.

Hij zal nu een oude man moeten gaan spelen.

En het repertoire zit weer vol instrumentale solo’s. Vooral de violisten krijgen het druk, maar er zitten ook prachtige altpartijen in de sonate van Albinoni, en in het dubbelconcert zitten een paar virtuoze trekjes voor de cello.

Gisteren hebben we de plek uitgeprobeerd waar we gaan spelen.

Deze is nieuw voor ons, maar bleek onvermoede mogelijkheden te bieden, voor onder meer het Echo-concert. Op zulke momenten is het jammer dat je als speler niet tegelijkertijd ook toehoorder en kijker kan zijn.

Maar voor het publiek wordt het zeker weer iets bijzonders!

De Rode Priester

Antonio Vivaldi

Hoewel we de laatste aflevering van de serie aan de persoon Antonio Vivaldi hebben gewijd, en dan dus een breed spectrum van zijn stukken laten horen, past zijn muziek ook perfect bij Van vrijen en verlangen.

Vorig jaar was Vivaldi een van de meest gespeelde componisten in onze serie, en ook dit jaar staat hij met stip bovenaan. De laatste aflevering is helemaal aan hem gewijd, maar in Van vrijen en verlangen komen ook al drie stukken langs. Een triosonate, een soloconcert en een cantate. Een sterke muzikale verbinding dus, als scharnier naar het rechterpaneel van het drieluik.

Antonio Vivaldi 2
De triosonate spelen we met alle strijkers, afwisselend in de variaties, op dat bekende folia-thema. Niet helemaal overigens, want dat paste niet binnen het geheel, maar voldoende om te laten horen dat Vivaldi een ander soort musicus, ander soort violist was dan Corelli. Meer lyriek, ook meer complexiteit in de ritmes, misschien iets minder virtuoos. Vivaldi was een priester, maar uiteindelijk misschien toch meer een man van het theater.

Dat is zeker te horen in de cantate, waarin, naast de sopraan en het basso continuo, een blokfluit een mooie rol speelt. De tekst gaat over de pijn van de liefde en het wrede van schoonheid: belezza crudel.

Thomas Triesschijn krijgt, als prijswinnaar van het Prinses Christina Concours, ook nog de kans zijn solistische kwaliteiten te tonen in een echt soloconcert. Het leuke van dit stuk is dat Wim het als piccolo-speler ook vaak gespeeld heeft en dus alle gevaarlijke plekken goed kent.

Daar kan Thomas weer van profiteren.

Thomas Triesschijn

We verheugen ons al op Over priesters en pruiken met weer totaal ander werk, waaronder religieus, van de Rode Priester.

Falconieri, ten onrechte onbekend

Andrea Falconieri is misschien wel de leukste vondst van dit jaar.

Ik had nog nooit van de goede man gehoord, ook niet uit de geschiedenisboeken waar Landini en Caccini wel prominente plaatsen innemen. Het was een suggestie van Loortje en we zijn er erg blij mee.

Het doet me een beetje denken aan Biagio Marini, die we vorig jaar bij de Venetiaanse componisten hadden geplaatst, en die nu ook weer met zijn tweede balletmuziek, vier excentrieke dansante deeltjes, op het programma staat.

Over Falconieri is weinig te vinden. Waarschijnlijk geboren in 1585 in Spanje of in Napels, waar toen ook de Spaanse koning heerste, en waar hij 71 jaar later overleed, tijdens een pestepidemie. Dezelfde ziekte had de hoofdpersonen uit Boccaccio’s Decamerone uit Florence doen vluchten.

Falconieri was werkzaam aan verschillende Italiaanse hoven als luitist en theorbe-speler. Hij componeerde madrigalen en motetten en een grote bundel instrumentale werken, ‘Canzone, Sinfonie, Fantasie, Capricci, Brandi, Correnti, Gagliarde, Alemane en Volte’ dat hij had opgedragen aan de onechte zoon van de Spaanse koning Philips IV. Hij combineert hierin Spaanse en Italiaanse stijlkenmerken.

Wij kozen drie stukken waarvan vooral de melancholieke suave melodie zal bijdragen aan het bekender worden van de naam Falconieri.

Blind

Giulio Caccini

Giulio Caccini is ook weer een nieuwe componist in ons repertoire en slechts vertegenwoordigd met één kort stuk. Maar wel een heel bekend nummer, namelijk de aria Amarilli mia bella.

Caccini was het grootste deel van zijn leven werkzaam aan het hof van de Medici in Florence.

Men denkt dat hij als een van de eersten het recitatief heeft ontwikkeld. Zeker is dat hij aan de wieg stond van de opera en dat hij veel belang hechtte aan de overdracht van de tekst tijdens het zingen. Amarilli maakt onderdeel uit van de bundel madrigalen Le nuove musiche  uit 1602.

Dat het in zijn tijd al veel indruk maakte blijkt uit de serie diminuties die de blinde Nederlandse componist en blokfluitist Jacob van Eijck aan het begin van de 17e eeuw maakte.

Christiaan Huygens

Het leek ons zinvol beide werken juist in dit programma te combineren. Het thema van de liefde in de aria en de manier waarop anderen daarop variëren past goed bij Decamerone en bij het folia-thema. En de bewondering van Van Eijck voor Caccini is vergelijkbaar met die van Geminiani voor zijn leraar Corelli.

Dat Van Eijck net als Landini blind was ontdekte ik pas later maar maakt de combinatie niet minder toepasselijk. Is het niet de liefde die blind maakt?

Folia

Francesco Geminiani

Een van de stukken uit onze allereerste serie Lof&Lust die we nog weleens zouden willen herhalen, was het laatste van het dozijn Concerti Grossi, dat Geminiani in 1726 componeerde. Het is een reeks variaties op een bekend thema, La follia. Nu we met Boccaccio en zijn Decamerone aan de slag gingen leek het moment gekomen. Niet alleen vanwege het variatie-element, Boccaccio varieert in zijn tien keer tien verhalen eveneens op thema’s, maar ook door de naam follia of folia, wat verwant is met het Franse ‘folie’. Het betekent ‘dwaasheid’, maar is ook verbonden met verliefdheid, zoals in de uitdrukking ‘aimer à la folie’.

Heerlijke muziek met een thema dat je niet meer loslaat.

En wat ongelooflijk veel componisten hebben gebruikt.

Zo kon het meteen als rode draad in het programma fungeren.

Arcangelo Corelli

De bekendste versie is misschien wel van Corelli.

Ook voor Geminiani was hij het voorbeeld. De sonate, die Corelli schreef voor viool en basso continuo, bewerkte hij voor een compleet strijkorkest. En wanneer hoor je beide versies in eenzelfde concert? Niet in zijn geheel overigens, we gaan er wat mee spelen.

Maar we hebben ook een van de eerste versies, die Falconieri in 1650 publiceerde.

En Vivaldi bleek met dit thema een triosonate te hebben geschreven.

Daarmee is ook meteen het middenpaneel van het drieluik met het rechterpaneel, Over priesters en pruiken, verbonden.

Ook na de barok, tot aan de 21e eeuw, bleven componisten gefascineerd door deze langzame sarabande, ‘The most lasting and famous tune of western music’.

Er is zelfs een hele website aan gewijd: http://www.folias.nl/

14e eeuw

Giovanni Boccaccio

Nog nooit hebben we in onze serie zulke oude muziek gespeeld als in het komende concert rond Boccaccio. Francesco Landini schreef zijn muziek in de 14e eeuw, hij overleed in 1397, en was dus een tijdgenoot van de schrijver. Het is zelfs waarschijnlijk dat ze elkaar in Florence meer dan eens getroffen hebben, beiden goed bevriend met die andere grote dichter; Petrarca.

Het moet een enerverende tijd geweest zijn, waarin de mensen steeds onafhankelijker werden van de kerk en haar regels. Decamerone is daar natuurlijk een mooi voorbeeld van.

Landini heeft nooit muziek op religieuze teksten gecomponeerd. Hij bespeelde veel verschillende instrumenten, dichtte zelf ook, hoewel hij al vanaf zijn kindertijd blind was, als gevolg van de waterpokken. Hij fungeerde later als een van de hoofdpersonen in Il Paradiso degli Alberti van Giovanni da Prato, een boek dat vergelijkbaar is met de Decamerone.

Maar er blijken meer redenen te zijn om juist zijn muziek in onze serie in de Laurenskerk te spelen.  De San Lorenzo in Florence heeft hem 1365 als organist aangesteld en hij ligt daar nog steeds begraven. Bovendien geldt hij als de uitvinder van een nieuw strijkinstrument, de syrena syrenarum, combinatie van luit en psalterium.

Francesco Landini
Voor ons is het een interessante uitbreiding van ons repertoire, in de vorm van nieuwe bewerkingen van Jan Willem Nelleke, en een element aan het begin van het concert dat de luisteraar naar de juiste tijd en sfeer kan verplaatsen.

Tijdgenoten beschreven ‘de zoetheid van zijn melodieën die bij de luisteraar het hart uit de borst doet barsten’. Wij zullen ons best doen.

Naakt voor Michelangelo

En toen was het gezellig druk, afgelopen woensdag.

Dat weet je nooit van tevoren. Er zijn op de woensdagavond genoeg andere leuke dingen. Het Doelenensemble bijvoorbeeld zat met Karin Strobos in de Doelen.Maar we hebben het gevoel dat we steeds meer ons eigen publiek aan het vormen zijn, met gelukkig ook weer veel nieuwe gezichten. Dat kost tijd, maar die hebben we de afgelopen jaren gelukkig gekregen.

En tijdens de nazit kunnen we de reacties beluisteren, waarmee we verder kunnen schaven aan het format, zodat we meer en meer mensen een mooie avond kunnen bezorgen.Er is nog zoveel prachtige muziek die het waard is om in de Laurenskerk te klinken.

Men was weer verrast over de onbekende stukken, over de originaliteit van de bewerkingen van Jan Willem, over de prestaties van jong talent Adrian Fernandes, maar ook over de enorme kwaliteit van de muziek van Monteverdi. En de combinatie met de tekst natuurlijk.

De grootste verrassing, die we niet hadden aangekondigd, was de medewerking van tekenaar en model. Voor de ogen van het publiek ontdeed Mio van der Lijn zich van zijn laatste kleding en vormde tijdens het concert verschillende mogelijke en bijna onmogelijke houdingen, op basis van werk van Michelangelo, die tekenaar Wouter Tulp, ter plekke uittekende. Zijn werk was te volgen via een beamer die de beelden op de kerkmuur toonde. We waren vooral benieuwd naar de reacties op de aanwezigheid van manlijk naakt in de kerk, maar niemand heeft er aanstoot aangenomen. Het bleek een sterke combinatie en een natuurlijke manier om Michelangelo als onderwerp dichtbij te halen. Met dank aan David Prins.

Maar dat succes is natuurlijk ook op het conto te schrijven van Mio en Wouter, die hoge kwaliteit leverden. Het is mijzelf niet gelukt om na afloop een van de tekeningen te bemachtigen, maar misschien ga ik nog een keer langs bij de tekenaar.

Ze hebben allebei een mooie website.

Mio van der Lijn is niet alleen model, maar ook beeldhouwer en hogeschooldocent. Hij is ‘als kunstenaar geïnteresseerd in de confrontatie met de Ander (het onbekende), en de kwetsbaarheid of naaktheid die het aangaan van een confrontatie oplevert.’

http://www.AnatoMio.nl

Wouter Tulp is ook goed via internet te volgen. Hij heeft een prachtige website en een leuke blog:

http://woutertulp.nl/wordpress/

http://www.woutertulp.blogspot.nl/

Wouter Tulp

 

 

Reus

David (Michelangelo)

Soms heb je van die muziek, die in je hoofd blijft zitten. Die er niet uit wil. Zefiro torna is zo’n stuk. We hadden er gisteren, na de generale repetitie, allemaal last van. Of last? Het is wel muziek waar je vrolijk van wordt. En dat kan je niet van alle muziek van Monteverdi zeggen. Tu se’ morta bijvoorbeeld, de aria die Orfeo zingt in de gelijknamige opera, als hij afgedaald is in de onderwereld waar zijn geliefde verkeert. Het is de afsluiting van ons concert, en laat een heel andere kant van Monteverdi zien. De theatercomponist, die beschouwd wordt als een reus, als een geniale vernieuwer, grondlegger van de opera.

Vergelijkbaar met Michelangelo? Ik denk het wel. En een bijzondere ervaring om met die muziek, die je als orkestmusicus zelden speelt, bezig te zijn. Het onverwoestbare ‘Si dolce’  konden we niet laten liggen. Vorig jaar speelden we die met sopraan Mijke Sekhuis, dit keer met tenor Adrian Fernandes, een jong Rotterdams, of eigenlijk Antiliaans, talent. En Jan Willem Nelleke bewerkte ook nog Ah! Dolente partita, een van de mooiste madrigalen. Kortom, een veelzijdig beeld van de componist, die in zijn tijd al wereldberoemd was. Maar misschien zal Zefiro torna nog het meest blijven hangen. Het zit vol energie en onverwachte effecten en een prachtige combinatie van tenor en altviool in de solopartijen. Een aanwinst voor het repertoire!

Claudio Monteverdi

De generale repetitie is altijd het moment waarop de puzzelstukjes in elkaar moeten vallen. En regisseur David Prins heeft spannende stukjes weten te verzamelen. We zijn benieuwd hoe het publiek zal reageren tijdens de muziek Corelli, als de eerste verrassing zich openbaart. Ik mag er nog niets over zeggen, maar zal daar in de volgende blog met plezier verder op ingaan. De generale repetitie is ook het moment dat je pas echt merkt hoe het geheel wordt, hoe het licht valt in de duisternis, wat de combinatie van tekst en muziek oplevert. Wij hebben er een goed gevoel over en hopen dat velen er van komen genieten.