Blog


Lichtvoetig

Over de grootste Engelse schrijver zal weinig discussie zijn: Shakespeare staat onbedreigd op nummer één. Toch is het goed om te beseffen dat hij een deel van die eer zal moeten delen, met de mensen waar hij mee samenwerkte, die hem inspireerden, hem misschien ook wel teksten aanleverden. Zoals Richard Burbage en William Kemp, twee top-acteurs uit zijn gezelschap. Hoewel ons verhaal, onder de titel ‘Een bruiloft’,  zich deze keer niet in de oude tijden afspeelt, worden ze toch ook in het zonnetje gezet.

Burbage

Dat William Byrd de grootste Engelse componist aller tijden zou zijn, lijkt me minder onomstreden. Het geeft wel aan dat de 16e eeuw  daar in artistiek opzicht een rijke oogst heeft gekend. Want ook Orlando Gibbons is voor 1600 geboren. Hij was de favoriete componist van pianist Glenn Gould, die Byrd en Gibbons als volgt vergeleek: ‘Gibbons plays the introspective Gustav Mahler to Byrd’s more flamboyante Richard Strauss.’  Ze zijn beide meer dan welkom in ons programma. Samen met Thomas Morley.  Hij is de enige tijdgenoot die teksten van Shakespeare  op muziek heeft nagelaten. Ze zouden elkaar mogelijk ook gekend hebben.

music

De 17e eeuw is vertegenwoordigd in de muziek van Matthew Locke en Henry Purcell. Locke was een leerling van de broer van Gibbons, en kwam in dienst van de koning. Hij schreef muziek bij verschillende Shakespeare-adaptaties zoals Macbeth. Waarschijnlijk componeerde hij de eerste Engelse opera’s Wij spelen een paar delen die hij voor The Tempest schreef. Expressieve, zelfs ietwat excentrieke muziek. Locke was ook belangijk als voorbeeld van Henry Purcell, als vriend van de familie. Purcell volgde hem op aan het hof. The Fairy Queen, waar we enkele delen van spelen, was een bewerking van A Midsummer Nights Dream, waar hij de muziek voor componeerde. En was Purcell niet de grootste, dan toch zeker de bekendste Engelse componist.

purcell

Bovendien konden we het niet laten om de bekende tune van ‘Jonge mensen op het Concertpodium’(voor de ouderen onder ons), ook een melodie van Purcell, toe te voegen. Is ook wel  toepasselijk met niet alleen vier talentvolle circusstudenten maar ook een veelbelovende leerling van de MBO Theaterschool, Davida Blom. We zijn blij dat we Ferdi Janssen weer hebben kunnen strikken, na zijn indrukwekkende Vivaldi in seizoen 2012/13, om met haar het verhaal te brengen. Een verhaal van Elsina Jansen, over Shakespeare, over de liefde, maar vooral ook vol humor. Het belooft, in meerdere opzichten, een lichtvoetige voorstelling te worden.

Zingen als een vogel

William Byrd is de componist die in ons komende programma het meest aan bod komt. Drie stukken van zijn hand klinken, waaronder een gloednieuwe bewerking van een aantal klavierstukken. De keus voor zijn muziek is niet toevallig; hij geldt niet alleen als belangrijkste Engelse componist van de Renaissance en maar was ook tijdgenoot van Shakespeare. Of ze elkaar ooit ontmoet hebben weet ik niet. Beiden hadden goede contacten aan het Koninklijke hof, maar bij Byrd was dat vooral Elizabeth I, terwijl Shakespeare, die twintig jaar jonger was, voor koning Jacobus I speelde.

byrd

Byrd, die zijn naam als musicus wel mee had, leerde het vak bij Thomas Tallis. Het beschrijven van zijn succes en productiviteit laat ik graag aan zijn landgenoten over: Byrd is considered by many the greatest English composer of any age, and indeed his substantial volume of high quality compositions in every genre of the time makes it easy to consider him the greatest composer of the Renaissance – his versability and genius outshining those of Palestrina and Lassus in a self-evident was. Daar kunnen we dus nog jaren mee vooruit. Laat dit een mooi begin zijn. Of, toch niet helemaal. De Volta, waarmee we het programma openen, heeft al eens eerder, in een iets andere vorm, bij Lof&Lust geklonken.

william

En Byrd is niet eens de oudste muziek die we spelen. Het beroemde Greensleeves staat ook op de lessenaars. De componist is niet bekend, het wordt beschouwd als ‘traditional’, maar er gaan geruchten dat koning Henry VIII, die van die vele vrouwen, het bedacht heeft. Byrd kende het stuk blijkbaar, want hij citeert het in zijn Fantasia à 6 nr. 2. Die klinkt bij ons helaas al voor de Greensleeves, dus zal die link door de meeste luisteraars niet opgemerkt worden. De andere stukken die we van Byrd spelen zijn afkomstig uit de uitgebreide verzameling van het Fitzwilliam Virginal Book. De herkomst is onzeker, maar de naam verwijst naar Richard FitzWilliam, die het manuscript aan het naar hem genoemde museum in Cambridge schonk.

Circus

2014 zou Shakespeare-jaar moeten zijn, 450 jaar na zijn geboorte, maar ik heb er nog niet heel veel van gemerkt. Een enkele orkestprogrammering in april, en misschien nog meer toneelproducties dan anders, maar geen nieuwe biografie of een baanbrekende ontdekking. Dat zul je bij ons ook niet aantreffen. Maar ik vind het heel leuk dat we de toneelschrijver die zoveel componisten, van toen tot nu, geïnspireerd heeft, eens bij Lof&Lust in het zonnetje kunnen zetten. En, meer nog, een paar medespelers uit de schaduw kunnen halen.

Shakespeare

Want Shakespeare zelf heeft die aandacht natuurlijk niet meer nodig. Maar wie kent de namen van Richard Burbage en William Kemp? Terwijl we er toch vanuit kunnen gaan dat ze een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan de onsterflijke teksten die iedereen kent. Als acteurs natuurlijk, net als Shakespeare zelf. Ze konden de verhalen meteen in de praktijk uitproberen en verbeteren.

British_-_Richard_Burbage_-_Google_Art_Project

En voor de versterking van dat theatergevoel, van het kermiselement, hebben we dit keer de beschikking over heuse circusartiesten. Leerlingen weliswaar, maar toch al echte artiesten. Ze komen van de Codarts Circus Arts, een parel binnen het Rotterdamse onderwijsaanbod, dat best eens gezien mag worden. En ze zijn al in de Laurenskerk aan het repeteren met Elsina. Ik verwacht een spannende interactie met de beide acteurs en de muziek van Byrd en Purcell. Over die muziek, verrassend en bekend, die de ‘echte’ hoofdrol speelt, de volgende keer meer.

circus1

Heuglijk moment

Hij is er weer, de nieuwe flyer.

Domestica 14 1 22lores-page-001

Altijd een heuglijk moment, dat in de voorbereiding meer voeten in de aarde heeft gehad dan voorzien. Dit keer niet alleen een nieuwe flyer, maar ook een nieuwe opzet.

Dat betekent niet dat het format gewijzigd is.

We hebben ook nu weer allerlei prachtige stukken gevonden, die we, binnen het raamwerk van een theatrale tekst, tot een zinvol en spannend geheel smeden.

Nieuw zijn wel een aantal partners waar we mee samenwerken.

De circusschool, Codarts Circusarts, bijvoorbeeld. We hebben daar, aan de overkant van Hotel New York, wat lessen en een eindejaarvoorstelling mogen zien, die ons helemaal enthousiast heeft gemaakt. Een groot aantal jonge talenten, die op  een inspirerende manier met elkaar bezig zijn, en het alleszins verdienen om onder de aandacht van ons publiek in de Laurenskerk te worden gebracht. Wat er uit gaat komen is nog een verrassing, maar de teksten van Shakespeare en de muziek van bijvoorbeeld Purcell, bieden voldoende aanknopingspunten.

We zijn ook erg blij dat het eindelijk gelukt is om de Laurenscantorij te strikken.

Maar nieuw is ook het uiterlijk van de flyer.

We plaatsen wel weer een bekend – wat heet bekend! – en oud kunstwerk centraal in beeld, maar houden wat meer ruimte over voor de musici en gebruiken wat frisse kleuren. We denken dat dat nog beter bij de uitstraling van de serie past. Misschien had er nog wel wat meer van de schaduw uit de titel bij gekund, maar die zal bij de concerten allerminst ontbreken.

Het gaat weer een mooie serie worden!

Bombarie: te vroeg en te laat.

We zaten met onze laatste aflevering van Lof&Lust, Bombarie, eigenlijk op een verkeerd moment: een jaar te laat voor Frederik de Grote, die in 2012 driehonderd jaar oud was, en een jaar te vroeg voor Carl Philip Emanuel Bach, die pas dit jaar die gezegende leeftijd zal bereiken. Maar ach, een jubileum is niet de enige reden om een persoon in het zonnetje te zetten. Bach junior schreef schitterende muziek, die je niet eens zo vaak hoort. De periode van de Empfindsamkeit, de `Sturm und Drang’, valt nog vaak tussen de wal en het schip van barok en de Weense klassieken. We zullen hem in 2014 zeker weer gaan spelen. Zijn muziek past goed bij één van de drie onderwerpen die we voor de komende serie Lof&Lust hebben uitgekozen. Maar dat houden we nog even geheim.
DLL1
Wat ik er misschien al wel over kan zeggen is dat we acteur Benjamin Murck weer hebben uitgenodigd. Hij heeft op velen in het publiek en ‘op het podium’ een grote indruk gemaakt. Daar willen we meer van zien en horen.

DLL12

Met Anne Brackman hadden we ook een prettige samenwerking. Zij verraste mij zeker ook met haar acteertalent. De volgende serie komt violist Maxime Gulikers als PCC-prijswinnaar haar opvolgen. Daar zullen we natuurlijk ook iets leuks voor bedenken.

DLL7

Waar we deze keer erg blij mee waren was de techniek. We hebben ooit het idee moeten laten varen om de teksten onversterkt te laten. Dat was helaas in de akoestiek van de Laurenskerk en de manier waarop wij de ruimte willen gebruiken niet haalbaar. Maar gebruik van techniek is meteen ook een risico dat er iets misgaat, wat in de begintijd nog regelmatig gebeurde. Dat lijkt nu, met hulp en steun van Marcel Brand en WG-Theatertechniek (www.wgtheatertechniek.nl) verleden tijd. Er zijn weer mooie foto’s gemaakt door Hélène van Domburg (www.helenevandomburg.nl) , waarvan we er binnenkort nog meer zullen publiceren op onze site.

DLL20
Wij gaan de komende maanden vol energie en inspiratie aan een nieuwe serie werken, met weer hele nieuwe samenwerkingspartners, en zijn natuurlijk bezig met allerlei andere spannende plannen. Maar daarover later.

Koning en componist

Na Telemann is het toch weer een componist die we in het zonnetje zetten. Maar wel een hele aparte. Frederik de Grote. Een koning die componeert. En niet alleen componeren. Dichten, filosoferen, het leger aanvoeren, de nieuwe ideeën van de Verlichting in zijn politiek incorporeren. Als staatsman een van de belangrijkste figuren uit de geschiedenis van Duitsland, die volgens zijn vader niet wilde deugen. Een generatieconflict van grote proporties. Bijna had de vader zijn zoon ter dood laten veroordelen. Uiteindelijk moest hij ‘slechts’ toekijken bij de onthoofding van zijn boezemvriend.

potsdam
Maar ook een musicus van goede kwaliteit. Hoe hij fluit speelde kunnen we nu niet meer nagaan, maar in de composities die we spelen – een concert, een deel uit een symfonie en een militaire mars – toont hij zich een kundig componist. En hij had een goede hand in het uitkiezen van zijn hofmusici. Carl Philip Emanuel Bach kennen we natuurlijk wel, maar we hadden nog nooit een symfonie van hem gespeeld. Ongelooflijke expressieve, originele en krachtige muziek. Het is een idioom wat zich niet zo makkelijk laat spelen. In dat opzicht stellen Graun en Benda minder hoge eisen. Franz Benda was een van de eerste spelers die hij naar zijn hof haalde, al als kroonprins, zeer tegen de zin van zijn vader. Hij was beroemd om zijn spel in langzame delen, en daar hebben we dan ook een prachtig exemplaar van uitgezocht.

Benda
Maar het hoogtepunt is misschien toch Johann Sebastian Bach, die in 1747 het hof in Potsdam bezocht en door de koning werd uitgedaagd ter plekke een fuga te componeren. Het werd uiteindelijk Ein musikalisches Opfer. We spelen er drie delen uit, waaronder de reusachtige Ricercare a 6. In het Philharmonisch Orkest spelen we nog weleens de instrumentatie van Anton Webern, maar ik ben heel blij dat we nu een bewerking van Jan Willem Nelleke voor alleen strijkers hebben. Een stuk om nog vaak te spelen.

Bach

Sonnet en bloembollen

Het was de tweede keer dat we het aandurfden een componist ten tonele te voeren. Na de Vivaldi van Ferdi Janssen kroop Jan Willem Baljet nu in de huid van Telemann. De muziek die je daarbij speelt krijgt dan automatisch een andere functie, dan bij een schilder bijvoorbeeld. Toch biedt het voldoende kansen om hier volgend seizoen eventueel een vervolg aan te geven.

DO2

Bij zijn opkomst ontving Telemann een zending bloembollen, met een begeleidend schrijven. Het was een hobby die hem typeerde en waarvoor hij ook zijn buitenlandse contacten  gebruikte. Deze bollen kwamen uit Londen, van Händel. We hebben nog overwogen om ook zijn muziek te spelen, maar daar was onvoldoende ruimte voor. Misschien ook iets voor volgend jaar.

DO6

De Canon van Bach vonden we belangrijker in dit kader. Het was het eerste stuk dat van hem door een ander werd gepubliceerd en verscheen in Der getreue Musickmeister, het tijdschrift dat Telemann in  1728 heeft opgericht. Ook daarin was hij overigens een pionier. En een musicus die ook nog eens goed kon schrijven en dichten. Het ‘Sonnet auf weyland Herrn Capellmeister Bach’, dat Telemann na het overlijden van Bach was gevraagd te schrijven, zal ik hier nog een keer afdrukken, voor wie het tijdens het concert niet letterlijk heeft kunnen volgen.

Erblichner Bach! Dir hat allein dein Orgelschlagen
Das edle Vorzugs-Wort des Grossen längst gebracht;
Und was für Kunst dein Kiel aufs Notenblatt getragen,
Das wird von Meistern selbst nicht ohne Niet betracht’t.

 

 

So schlaf dein Nahme bleibt vom Untergange frey:
Die Schüler deiner Zucht und ihre Schüler Reyh
Dient, durch ihr Wissen, dir zu schönen Ehrencrone;

Auch deiner Kinder Hand setzt ihren Schmuck daran;
Doch was insonderheit dich schätzbar machen kan,
Das zeigt uns Berlin in einem würdgen Sohne.

Die waardige zoon in Berlijn is natuurlijk Carl Philip Emanuel Bach, de peetzoon van Telemann. Hij was daar in dienst bij Frederik de Grote en komt dus in het laatste concert van de serie aan bod. Dan is er natuurlijk ook weer aandacht voor de oude Bach, die in 1747 de koning in Potsdam bezocht.

Afbeelding Frederik de Grote

Meesterwerk

De eerste repetities hebben we, ook vanwege beperkte beschikbaarheid van de kerk, nog weinig met regisseur Elsina Jansen gewerkt. Dat gaf ons de gelegenheid om de zaken muzikaal goed uit te werken en de teksten van zanger Jan Willem Baljet goed tot ons door te laten dringen. Aan hem de taak om niet alleen als acteur de figuur Telemann overtuigend neer te zetten, maar ook een breed scala aan vocaal werk te presenteren. Telemann moet een goed zanger van eigen werk geweest zijn, dus in zoverre klopt het. Een opera-aria, een religieuze en een humoristische cantate en daarbovenop nog een stukje educatie!

JWB
Educatie, in andere zin, is ook een stukje van Lof&Lust, hoewel we het niet zo zullen noemen. We geven graag de gelegenheid aan PCC-winnaars om met ons te spelen, en dat spelen betekent, zoals bekend, altijd meer dan het uitvoeren van een soloconcert. Dit jaar trakteren we onszelf nog extra door de prijswinnaar van vorig jaar terug te laten komen voor een dubbelconcert met de winnaar van dit jaar, die pas het laatste concert ‘echt’ aan de beurt komt. Thomas Triesschijn maakte vorig jaar indruk met zijn blokfluit en zijn gymnastische acteerprestaties. En hij is alleen nog maar mooier gaan spelen. Anne Brackman is zijn duo-partner in het Concert voor fluit en blokfluit. Dat moet een van de beste stukken van Telemann zijn. Gevoelige en originele muziek. Een meesterwerk.

Thomas Triesschijn
Morgen zal het concert worden gemonteerd. Dan moet alles op zijn plaats vallen en op de juiste plek in de ruimte van de Laurenskerk. Bovendien zal er dan ook een beroep gedaan worden op ons geheugen en op onze vocale kwaliteiten.

Vergelijkend warenonderzoek

Was Telemann beter dan Bach?
Tegenwoordig zullen weinigen dat beamen, en het is natuurlijk ook een onzinnige vraag.
Maar dat Telemann in zijn tijd hoger werd aangeslagen, is wel zeker.
Iedereen tegenwoordig kent dan wel zijn naam, maar zijn muziek lijkt alleen nog maar te worden gespeeld op blokfluitles, of bij een toelatingsexamen voor altviool. Terwijl hij zoveel uiteenlopende en prachtige werken heeft geschreven.
Wij durven hem best naast Bach te laten horen.

Telemann

Bij gebrek aan een volwaardige biografie heb ik het nieuwe boek van dirigent John Eliot Gardiner maar eens opengelagen. Music in the Castle of Heaven. Het is een portret van Bach, maar daarmee ook van zijn omgeving. Gardiner benoemt een zestal componisten als ‘The Class of ‘85’, met natuurlijk Scarlatti, Händel en Bach, die in 1685 geboren zijn, maar ook Rameau (1683), Mattheson en Telemann (beiden 1681). Allen vakmannen, veelzijdige, all-round musici en briljante virtuoze spelers. Toch verschillen Bach en Telemann nogal op dit punt.

heaven

Bach was onnavolgbaar als virtuoos improvisator op het orgel, maar zocht als componist niet de veelzijdigheid in stijlen en genres waar Telemann in excelleerde. Deze volgde de nieuwste ontwikkelingen en werd al aan het begin van zijn carriere door de collega’s het hoogste ingeschat. Hij kwam niet uit een muzikale familie, zoals Bach en Scarlatti, en was grotendeels autodidact. Als twaalfjarige schreef hij zijn eerste opera en negen jaar later was hij directeur van de opera van Leipzig, waar hij was gaan wonen om rechten te studeren. Geen wonder dat ze hem daar in 1723 als Thomascantor wilden hebben. Hij is gaan solliciteren maar bleef uiteindelijk toch, onder verbeterde arbeidsomstandigheden, in Hamburg. Zo kwam de plek vrij waar Bach de laatste 27 jaren van zijn leven zou slijten. En waar zijn passies en cantates werden uitgevoerd. Maar niet alleen die van hemzelf. Bach gebruikte ook cantates van Telemann, die 31 (!) jaargangen had gecomponeerd.
Een harde werker, een veelschrijver zullen anderen zeggen, en een aardige man. Vermoedelijk veel makkelijker in de omgang dan Bach. Althans dat is het beeld dat ook uit het boek van Gardiner naar voren komt.

leipzig

Maar ze hadden waardering voor elkaar. Zoveel, dat Telemann peetvader werd van Bachs tweede zoon. Carl Philip Emanuel kreeg zijn middelste voornaam van Telemann.
We gaan ze natuurlijk niet vergelijken in ons programma, maar presenteren de onbekende Telemann in de omgeving van de bekende Bach. En in het voorbijgaan toont Georg Philipp zich ook nog een

Pleidooi voor Telemann

Toen we voor Telemann als centrale figuur kozen, wist ik wel dat er voldoende materiaal zou zijn. Een breed en gevarieerd oeuvre, dat grotendeels onbekend is. Als Domestica hadden we ook nog nauwelijks iets van hem gespeeld. Maar als je je er echt in verdiept merk je pas over wat voor unieke kunstenaar we het hebben.

Zijn werkzame leven was nauw verbonden met de stad Hamburg en daar is dan ook het Telemann-museum. In 2011 voor het eerst ingericht! Ik heb het links laten liggen toen ik vorig jaar, in dezelfde Peterstrasse, het Brahms-museum bezocht. Ten onrechte, want het is de enige stad ter wereld waar Telemann met een tentoonstelling geëerd wordt, terwijl Brahms er weliswaar geboren is, maar zich altijd miskend heeft gevoeld.

telemann

Telemann kwam uit Magdeburg en was bepaald niet voorbestemd om musicus te worden. Zijn vader, die vroeg overleed, was diaken in de kerk, en zijn moeder bepaalde dat hij rechten ging studeren in Leipzig. Daar kon hij zijn muzikale talenten niet verborgen houden en kroop het bloed waar het niet gaan kon. Zijn medestudenten en leraren wisten hem wel te vinden als er muziek nodig was. Wij vonden nog een werk uit die tijd: de Singende Geographie. En het heeft een mooie plek gekregen in het programma. Een programma, dat, binnen de beperkingen van de tijd, de veelzijdigheid van Telemann toont. Niet alleen als componist, maar ook als dichter, en als mens. En we zetten hem naast Bach, de man die later het muziekleven van Leipzig ging bepalen. Over hem zijn vele mooie boeken geschreven, een goede biografie van Telemann ontbreekt nog. Het wordt hoog tijd dat iemand dat mooie verhaal eens op papier gaat zetten.