Blog


Overbekend en experimenteel

Vanavond na de repetitie constateerden we dat er dit keer wel veel hele bekende liedjes in zitten. Zeker meer dan anders. Maar waarom ook niet. Het ‘Erbarme dich’ bleef natuurlijk in ons hoofd zitten. Heerlijk om die eens in december te spelen. En lastig om een goed tempo te vinden. En die aria, waar Bach later die schitterende Goldberg-variaties over schreef, vonden we in het Notenbüchlein. Het was een favoriet nummer van Anna Magdalena. Zou hij de variaties in 1741 met haar in gedachten hebben gecomponeerd?

goldberg

Maar verreweg het bekendst is zeker het menuet waarmee we beginnen. Die van de Efteling, van de paddestoel. Waarschijnlijk is die niet van Bach, maar hij staat ook in de verzameling. Er staan wel meer stukken van andere componisten in, zoals Couperin en Hasse en zelfs iets van de zoon Johann Christian, als tienjarige. En natuurlijk Carl Philipp Emanuel, die we vorig jaar in december al aan het hof van Frederik de Grote plaatsten. Maar dit jaar is het 300 jaar geleden dat hij geboren is, dus klinkt zijn Solo per il cembalo en een prachtige symfonie in b mineur. Je hoort hoe modern hij voor zijn tijd moet zijn geweest en in zijn tijd meer gewaardeerd dan zijn vader.

cpe

Modern, of althans 20e eeuws, is ook één van de zangnummers, die we pas op woensdag bekend zullen maken. Een experiment dat, als het slaagt, volgend seizoen verder ontwikkeld zou kunnen worden. We wachten de reacties af. Maar een bijzondere avond wordt het zeker.

3 december

Op 3 december sluiten we alweer ons drieluik ‘In de schaduw van de meester’ af, met aandacht voor de vrouw, waar de grote Bach zijn oog op liet vallen, toen zij in 1721 als 19-jarige kwam voorzingen aan het hof van Köthen. Hij was toen sinds een jaar weduwnaar en vader van vier kinderen. Zij werd niet alleen aangenomen als zangeres, met een vorstelijk salaris, maar trad ook al na een paar maanden met hem in het huwelijk. Op 3 december! Het enige wat daarvan nog getuigt is een rekening van vele tonnen rijnwijn.

Bach in Kothen 23_8916 Copying

 Een jaar later schenkt Bach haar een Clavier-Büchlein voor het huiselijk musiceren. Hun eerste kind, Christiana Sophia, wordt in 1723 geboren, maar sterft al na drie jaar. Van de twaalf die nog zullen volgen, zijn er in 1741, het moment van ons verhaal, nog vijf in leven. De laatste bevindt zich dan in de baarmoeder.

klavier

Met een tweede Notenbüchlein wordt in 1725 begonnen. Die verzameling, vol beroemde stukjes, is ons muzikale uitgangspunt. Dat is het werk  Anna Magdalena, want over haar gaat het hier, bekend is geworden. Verder weten we betrekkelijk weinig van haar. En al helemaal niet hoe ze er uit heeft gezien. Begin vorige eeuw verscheen nog wel een boekje onder de titel De kleine kroniek van Anna Magdalena Bach, maar dat was een verzonnen verhaal.

bach01

 We weten dat ze een mooie zangstem gehad moet hebben en redelijk weg kon op het klavecimbel. Die muzikale scholing kwam goed van pas bij het vele kopieerwerk dat ze voor haar man moest doen, waaronder de Cellosuites. Een prachtig handschrift dat veel lijkt op dat van Johann Sebastian. Maar ze moest ook een huishouden bestieren, met voortdurend allerlei gasten over de vloer. Een Taubenhaus noemde stiefzoon Philipp Emanuel het. En ze was natuurlijk een groot deel van de tijd zwanger. Ze hield van bloemen en van zangvogels en we kennen de naam van haar hartsvriendin en buurvrouw: Christiana Sybilla Bose. Deze woonde tegenover hun appartement in een vleugel van de Thomasschule in Leipzig. Daar zal ons verhaal, in afwezigheid van de grote meester, zich afspelen..

thomasschule

 

Mevrouw Bach

Over het algemeen zijn het historische onderwerpen die we behandelen in onze verhalen voor Lof&Lust. Zoals Leonardo da Vinci met zijn assistenten en zijn portret van een dame, dat hij jarenlang bij zich hield en steeds mooier maakte. Die assistenten hebben we voor een kort moment uit de ‘schaduw van de meester’ gehaald, zoals we dat ook met de tweede vrouw van Johann Sebastian Bach gaan doen. 75 minutes of fame. Haar naam is natuurlijk al wel verbonden met de verzameling klavierwerkjes en aria’s, die hij voor haar samenstelde, tegenwoordig vooral bekend als ‘Notenbüchlein für Anna Magdalena’ . Wie heeft niet ooit het beroemde Menuet in G gespeeld? Of anders wel uit de paddestoelen van de Efteling gehoord.

paddestoel

 Toen we de plannen voor het programma van december maakten konden we nog niet vermoeden hoe actueel het onderwerp nog zou worden. Musicologen zetten haar niet alleen, als echtgenote en (stief)moeder van zijn kinderen, in het zonnetje. Ze suggereren zelfs dat zij weleens de componiste zou kunnen zijn van werk dat we nu als muziek van J.S.Bach kennen. Het is een theorie van Martin Jarvis uit 2006 alweer, maar onlangs gepresenteerd in een documentaire, ‘Written by Mrs. Bach’, wat uiteraard weer menige instemmende en afkeurende reactie opriep. Het meest heldere verhaal was eind vorige maand te lezen bij Alex Ross, één van mijn favoriete muziekjournalisten, onder meer verbonden aan The NewYorker.: http://www.newyorker.com/culture/cultural-comment/case-mrs-bach.

newyorker-logo

Het komt erop neer dat de Suites voor cello solo, de hoeksteen van ons repertoire, de bijbel van elke cellist, door mevrouw Bach gecomponeerd zou zijn. Het vroegste manuscript dat we van die muziek hebben is inderdaad van haar hand, en helaas niet zonder fouten, slordigheden en onduidelijkheden. Maar muziek van zulke ongelooflijke kwaliteit en originaliteit kan alleen door een hele grote Meester zijn gecreëerd.

Het origineel is helaas verloren gegaan, maar ligt bij ons concert natuurlijk gewoon op tafel. De tafel waaraan Anna Magdalena zit te kopiëren terwijl Johann Sebastian op reis is. We mogen haar wel dankbaar zijn.

manuscript

Veelzijdig

Ik voel me altijd een beetje schuldig als we een PCC-winnaar in ons Lof&Lust-avontuur lokken. Dat ze goed kunnen spelen en dat ook graag doen, hebben ze op het concours al laten horen, maar wat we nog meer van ze vragen merken ze pas, als het concert al heel dichtbij is. Maxime Gulikers heeft vorig seizoen zijn voorgangster gelukkig al aan het werk gezien, maar krijgt ook wel een behoorlijk aandeel in het verhaal. Prima gecast als de zoon van een adellijke Milanese familie, Francesco Melzi, tegenover het straatschoffie Salai.

Melzi

Het aandeel Italiaanse muziek komt dit keer helemaal uit zijn viool. Hij kan indruk maken met het virtuoze Vioolconcert in g mineur, opus 8 nr. 8 van Antonio Vivaldi. Vivaldi gaf het opus, twaalf vioolconcerten, de titel: Il cimento dell’armonia e dell’inventione. Een wedstrijd tussen harmonie en inventie. De eerste vier concerten vormen de overbekende Vier jaargetijden, maar wij vonden dit een goede gelegenheid eens een van de andere te laten horen. Vivaldi moet een grote virtuoos geweest zijn.

opus 8

Daarnaast speelt Maxime een werk van zo’n andere violist/componist Arcangelo Corelli. Het is een langzaam deel uit een van zijn sonates, lyrisch en met volop ruimte voor improvisatie. En uiteindelijk wordt hij opgenomen in onze strijkersgroep voor de grote finale. Zo’n Domestica-prijs vergt dus wel enige veelzijdigheid. Maar daar maken we ons ook dit keer geen enkele zorg om.

corelli

Tijdgenoten

Nooit eerder hebben we zo’n groot muzikaal aandeel aan één enkel stuk gewijd als dit keer aan Le bourgeois gentilhomme, tenzij je L’estro armonico van Vivaldi als één geheel beschouwt. Maar natuurlijk spelen we niet alleen Lully, deze grootmeester van de Franse barok. We hebben onder de tijdgenoten van Leonardo da Vinci ook nog twee glimmende parels gevonden.

vinci

De eerste is Josquin des Prez. Er bestaat zelfs een portret van Da Vinci waarop misschien Josquin staat afgebeeld. Zowel de schilder als de afgebeelde musicus zijn onzeker. Beiden waren rond 1485 aan het hof van de Sforza’s in Milaan werkzaam, dus het zou kunnen.  Josquin was een Vlaming die zowel in Italië als in Frankrijk werkte, en wordt wel gezien als belangrijkste componist van de Renaissance. Hij componeerde een klaagzang op de dood van Ockeghem, ook een Vlaamse componist, die in 1497 overleed. We hebben het stuk, genaamd Nymphes des bois, al eens in een bewerking in een van onze eerste series L&L uitgevoerd, maar kunnen nu met de Laurenscantorij het origineel laten horen.

josquin

Samen met de Laurenscantorij spelen we ook nog muziek van een echte Fransman, Jean Mouton. Mouton was vanaf 1509 in dienst van het hof van Frans I, dus ook hij zal Leonardo wel in levende lijve gezien hebben. Ik kende zijn naam nog niet, maar in zijn eigen tijd was hij zeer geroemd en zijn muziek vond een wijde verspreiding. Adriaan Willaert leerde van hem het vak voordat deze zich in Venetië zou vestigen. Van hem spelen we Nesciens mater virgo virum (ca. 1490), een prachtig stuk voor dubbelkoor.

mouton

Natuurlijk speelt het veelzijdige koor ook hun rol in het verhaal rond de twee assistenten van Leonardo en zingen ze nog twee nummers uit Le bourgeois gentilhomme. Wij verheugen ons erg op deze samenwerking, die al jaren op ons verlanglijstje stond.

laurenscantorij

Eindelijk Frans

Tot nu toe hebben we de Franse muziek bij L&L een beetje verwaarloosd. Heel veel Italiaans (die ontbreekt dit keer ook niet), redelijk wat Duits, en de laatste keer natuurlijk vooral Engels. Om dan bij Leonardo da Vinci in Frankrijk te gaan zoeken, lijkt misschien niet zo voor de hand te liggen, maar Da Vinci werkte, al vanaf zijn tijd in Milaan, in opdracht van verschillende Franse koningen. De laatste, Frans I, nodigde hem uit naar zijn hof, waar hij de laatste levensjaren doorbracht en overleed. Vandaar dat de Mona Lisa in Parijs hangt.monaEn het was Lodewijk XIV, die een andere grote Italiaanse kunstenaar aan zijn hof in Versailles verbond. Jean-Baptiste Lully was een molenaarszoon uit de omgeving van Florence, die op veertienjarige leeftijd naar Parijs trok, waar hij zich opwerkte tot grote hoogte en uiteindelijk het Franse muziekleven zou domineren. Van hem spelen we muziek uit de beroemde balletkomedie Le bourgeois gentilhomme.Dit verhaal van Molière gaat over een rijke man van eenvoudige komaf die zich tussen de adel moet zien te redden. Niet alleen het verhaal van Lully dus, maar in zekere zin ook van Da Vinci.

lullyMaar meer nog slaat het op Salai, de arme straatjongen die door de beroemde schilder wordt opgevoed en aangenomen als assistent en reisgezelschap. Benjamin Murck, vorig seizoen bij ons nog een ontroerende Pruisische koning, zal in de huid van deze onhandelbare leerling en model kruipen.salai1Met enige fantasie zou je het ook onze bijdrage aan het Richard Strauss-jaar kunnen noemen. Het was juist dit stuk van Molière en muziek van Lully die in 1912 gebruikt werd in de opera Ariadne auf Naxos door Strauss en Von Hofmannsthal. Daaruit werd later weer de suite Der Bürger als Edelmann  gedestilleerd. Bij ons geen Strauss, maar Lully, met na zo’n mooie Franse ouverture, een chaconne, een mars, een sarabande, een bourrée en ga zo maar door. Schitterende theatermuziek die in het geheel prachtig zal gaan werken.

Lichtvoetig

Over de grootste Engelse schrijver zal weinig discussie zijn: Shakespeare staat onbedreigd op nummer één. Toch is het goed om te beseffen dat hij een deel van die eer zal moeten delen, met de mensen waar hij mee samenwerkte, die hem inspireerden, hem misschien ook wel teksten aanleverden. Zoals Richard Burbage en William Kemp, twee top-acteurs uit zijn gezelschap. Hoewel ons verhaal, onder de titel ‘Een bruiloft’,  zich deze keer niet in de oude tijden afspeelt, worden ze toch ook in het zonnetje gezet.

Burbage

Dat William Byrd de grootste Engelse componist aller tijden zou zijn, lijkt me minder onomstreden. Het geeft wel aan dat de 16e eeuw  daar in artistiek opzicht een rijke oogst heeft gekend. Want ook Orlando Gibbons is voor 1600 geboren. Hij was de favoriete componist van pianist Glenn Gould, die Byrd en Gibbons als volgt vergeleek: ‘Gibbons plays the introspective Gustav Mahler to Byrd’s more flamboyante Richard Strauss.’  Ze zijn beide meer dan welkom in ons programma. Samen met Thomas Morley.  Hij is de enige tijdgenoot die teksten van Shakespeare  op muziek heeft nagelaten. Ze zouden elkaar mogelijk ook gekend hebben.

music

De 17e eeuw is vertegenwoordigd in de muziek van Matthew Locke en Henry Purcell. Locke was een leerling van de broer van Gibbons, en kwam in dienst van de koning. Hij schreef muziek bij verschillende Shakespeare-adaptaties zoals Macbeth. Waarschijnlijk componeerde hij de eerste Engelse opera’s Wij spelen een paar delen die hij voor The Tempest schreef. Expressieve, zelfs ietwat excentrieke muziek. Locke was ook belangijk als voorbeeld van Henry Purcell, als vriend van de familie. Purcell volgde hem op aan het hof. The Fairy Queen, waar we enkele delen van spelen, was een bewerking van A Midsummer Nights Dream, waar hij de muziek voor componeerde. En was Purcell niet de grootste, dan toch zeker de bekendste Engelse componist.

purcell

Bovendien konden we het niet laten om de bekende tune van ‘Jonge mensen op het Concertpodium’(voor de ouderen onder ons), ook een melodie van Purcell, toe te voegen. Is ook wel  toepasselijk met niet alleen vier talentvolle circusstudenten maar ook een veelbelovende leerling van de MBO Theaterschool, Davida Blom. We zijn blij dat we Ferdi Janssen weer hebben kunnen strikken, na zijn indrukwekkende Vivaldi in seizoen 2012/13, om met haar het verhaal te brengen. Een verhaal van Elsina Jansen, over Shakespeare, over de liefde, maar vooral ook vol humor. Het belooft, in meerdere opzichten, een lichtvoetige voorstelling te worden.

Zingen als een vogel

William Byrd is de componist die in ons komende programma het meest aan bod komt. Drie stukken van zijn hand klinken, waaronder een gloednieuwe bewerking van een aantal klavierstukken. De keus voor zijn muziek is niet toevallig; hij geldt niet alleen als belangrijkste Engelse componist van de Renaissance en maar was ook tijdgenoot van Shakespeare. Of ze elkaar ooit ontmoet hebben weet ik niet. Beiden hadden goede contacten aan het Koninklijke hof, maar bij Byrd was dat vooral Elizabeth I, terwijl Shakespeare, die twintig jaar jonger was, voor koning Jacobus I speelde.

byrd

Byrd, die zijn naam als musicus wel mee had, leerde het vak bij Thomas Tallis. Het beschrijven van zijn succes en productiviteit laat ik graag aan zijn landgenoten over: Byrd is considered by many the greatest English composer of any age, and indeed his substantial volume of high quality compositions in every genre of the time makes it easy to consider him the greatest composer of the Renaissance – his versability and genius outshining those of Palestrina and Lassus in a self-evident was. Daar kunnen we dus nog jaren mee vooruit. Laat dit een mooi begin zijn. Of, toch niet helemaal. De Volta, waarmee we het programma openen, heeft al eens eerder, in een iets andere vorm, bij Lof&Lust geklonken.

william

En Byrd is niet eens de oudste muziek die we spelen. Het beroemde Greensleeves staat ook op de lessenaars. De componist is niet bekend, het wordt beschouwd als ‘traditional’, maar er gaan geruchten dat koning Henry VIII, die van die vele vrouwen, het bedacht heeft. Byrd kende het stuk blijkbaar, want hij citeert het in zijn Fantasia à 6 nr. 2. Die klinkt bij ons helaas al voor de Greensleeves, dus zal die link door de meeste luisteraars niet opgemerkt worden. De andere stukken die we van Byrd spelen zijn afkomstig uit de uitgebreide verzameling van het Fitzwilliam Virginal Book. De herkomst is onzeker, maar de naam verwijst naar Richard FitzWilliam, die het manuscript aan het naar hem genoemde museum in Cambridge schonk.

Circus

2014 zou Shakespeare-jaar moeten zijn, 450 jaar na zijn geboorte, maar ik heb er nog niet heel veel van gemerkt. Een enkele orkestprogrammering in april, en misschien nog meer toneelproducties dan anders, maar geen nieuwe biografie of een baanbrekende ontdekking. Dat zul je bij ons ook niet aantreffen. Maar ik vind het heel leuk dat we de toneelschrijver die zoveel componisten, van toen tot nu, geïnspireerd heeft, eens bij Lof&Lust in het zonnetje kunnen zetten. En, meer nog, een paar medespelers uit de schaduw kunnen halen.

Shakespeare

Want Shakespeare zelf heeft die aandacht natuurlijk niet meer nodig. Maar wie kent de namen van Richard Burbage en William Kemp? Terwijl we er toch vanuit kunnen gaan dat ze een aanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan de onsterflijke teksten die iedereen kent. Als acteurs natuurlijk, net als Shakespeare zelf. Ze konden de verhalen meteen in de praktijk uitproberen en verbeteren.

British_-_Richard_Burbage_-_Google_Art_Project

En voor de versterking van dat theatergevoel, van het kermiselement, hebben we dit keer de beschikking over heuse circusartiesten. Leerlingen weliswaar, maar toch al echte artiesten. Ze komen van de Codarts Circus Arts, een parel binnen het Rotterdamse onderwijsaanbod, dat best eens gezien mag worden. En ze zijn al in de Laurenskerk aan het repeteren met Elsina. Ik verwacht een spannende interactie met de beide acteurs en de muziek van Byrd en Purcell. Over die muziek, verrassend en bekend, die de ‘echte’ hoofdrol speelt, de volgende keer meer.

circus1

Heuglijk moment

Hij is er weer, de nieuwe flyer.

Domestica 14 1 22lores-page-001

Altijd een heuglijk moment, dat in de voorbereiding meer voeten in de aarde heeft gehad dan voorzien. Dit keer niet alleen een nieuwe flyer, maar ook een nieuwe opzet.

Dat betekent niet dat het format gewijzigd is.

We hebben ook nu weer allerlei prachtige stukken gevonden, die we, binnen het raamwerk van een theatrale tekst, tot een zinvol en spannend geheel smeden.

Nieuw zijn wel een aantal partners waar we mee samenwerken.

De circusschool, Codarts Circusarts, bijvoorbeeld. We hebben daar, aan de overkant van Hotel New York, wat lessen en een eindejaarvoorstelling mogen zien, die ons helemaal enthousiast heeft gemaakt. Een groot aantal jonge talenten, die op  een inspirerende manier met elkaar bezig zijn, en het alleszins verdienen om onder de aandacht van ons publiek in de Laurenskerk te worden gebracht. Wat er uit gaat komen is nog een verrassing, maar de teksten van Shakespeare en de muziek van bijvoorbeeld Purcell, bieden voldoende aanknopingspunten.

We zijn ook erg blij dat het eindelijk gelukt is om de Laurenscantorij te strikken.

Maar nieuw is ook het uiterlijk van de flyer.

We plaatsen wel weer een bekend – wat heet bekend! – en oud kunstwerk centraal in beeld, maar houden wat meer ruimte over voor de musici en gebruiken wat frisse kleuren. We denken dat dat nog beter bij de uitstraling van de serie past. Misschien had er nog wel wat meer van de schaduw uit de titel bij gekund, maar die zal bij de concerten allerminst ontbreken.

Het gaat weer een mooie serie worden!