Het nieuwe Goldberg arrangement

Jan Willem Nelleke, onze vaste klavecinist, arrangeerde speciaal voor het concert Goldberg de Goldberg Variaties van Bach. In dit blog vertelt hij hoe het arrangement tot stand is gekomen en welke keuzes hij moest maken. Zaterdag 20 mei tijdens Operadagen Rotterdam is het eindresultaat te beluisteren om 22.00 uur in de Laurenskerk.


Eelco Beinema, onze cellist en programmeur bij Domestica Rotterdam, liep al lang rond met de wens om een keer de complete Goldberg Variaties van Bach te spelen. Er bestaat een arrangement voor strijktrio dat ook wel met grotere groepen strijkers gespeeld wordt, maar Eelco polste toch even of ik, als “huisarrangeur”, misschien ook ideeën had.

Ja dus! Het leek mij fantastisch om een nieuw arrangement te schrijven dat gebruik maakt van de specifieke kwaliteiten van Domestica. Zo heb ik af en toe iedere speler een individuele partij gegeven (zeer ongebruikelijk voor een ensemble van 10) en maak ik gebruik van het feit dat we kunnen afwisselen tussen klavecimbel en orgel.

Ik heb daarbij geprobeerd zoveel mogelijk afwisseling te brengen in de instrumentatie, waardoor dat als het ware een extra variatie-element is geworden. Het heeft geleid tot een rijk kleurenpalet dat de karakterverschillen van de variaties nog beter naar voren laat komen.

Je zou kunnen zeggen dat een arrangement een soort vertaling is van het origineel, en dus moet je als arrangeur constant afwegen hoe letterlijk je vertaling maakt; net zoals een wetenschappelijk artikel een andere vertaling vraagt dan een gedicht. Ik heb voor een wat vrijere benadering gekozen, omdat het me opviel dat andere arrangementen vaak zo letterlijk waren dat veel van de speelsheid van de muziek verloren ging. Om een voorbeeld te noemen: als je het werk speelt op een klavecimbel met 2 manualen, zoals het gedacht is, voel je onmiddellijk de lol die Bach gehad moet hebben om de handen constant onder- en bovenlangs te laten kruisen. Een virtuositeit die op piano verloren gaat, maar die ik door een speelse afwisseling van instrumenten geprobeerd heb terug te brengen.

Mijn “vertaling” is ook vrijer doordat ik af en toe kleine aanpassingen in het notenmateriaal maak – maakt u zich geen zorgen, alles blijft organisch in Bach-stijl – zodat het idiomatisch beter past voor een strijkersensemble. Uiteindelijk is dat ook mijn doel: een arrangement dat zo klinkt dat je het origineel (tijdelijk) vergeet.

Op 20 mei gaat het dan eindelijk in première. Afgelopen december ben ik eraan gaan werken en zo’n twee weken geleden waren de partituur en partijen klaar. Maar ook al staat het dan op papier, de klank bestaat alleen nog maar in mijn voorstelling. Binnenkort, op de eerste repetitie, zal er niemand nieuwsgieriger zijn dan ik.